Hoi Marina en Gideon,
Mijn vrouw en ik houden van elkaar, daar twijfel ik geen seconde aan. Maar onze ruzies… daar twijfel ik wel aan. Die kunnen nergens over beginnen; bijvoorbeeld over de vaatwasser, de planning voor het weekend, wie er met de hond moet lopen en eindigen dan altijd groter dan ze begonnen zijn. We zeggen dan dingen die we niet menen. Of misschien menen we ze wel, en dat zou dan nog erger zijn.
Na zo’n ruzie duurt het soms dagen voor we echt weer normaal doen. Ik loop dan op eieren. Zij ook, denk ik. We zijn allebei niet het type om te capituleren, zo voelt dat dan.
Ik weet echt niet meer hoe we dit patroon moeten doorbreken.
Thomas

Lieve uitgeputte-maar-niet-opgegeven,
Jullie ruziën niet over de vaatwasser. Dat snappen jullie zelf ook wel, waarschijnlijk. Maar het helpt om te begrijpen waarom die vaatwasser tóch steeds het slagveld wordt. Of die weekendplanning, of de hond.
Kleine conflicten worden grote ruzies wanneer ze raken aan onuitgesproken behoeften: het gevoel niet gehoord te worden, het gevoel dat de ander je niet serieus neemt, het gevoel dat je er alleen voor staat. De inhoud van de ruzie, de hond, het weekend, de afwas, is de aanleiding. De brandstof is iets anders.
Wat je beschrijft, de escalatie, de dingen die gezegd worden en niet teruggenomen kunnen worden, de stilte daarna, heeft een naam: het patroon van aanval en terugtrekking, of in een hardere variant, de wederzijdse aanval. Twee mensen die allebei niet willen capituleren, maar die eigenlijk allebei hetzelfde willen: gezien en gerespecteerd worden door de ander.
Het doorbreken van zo’n patroon begint niet tijdens de ruzie. Het begint ervoor. Twee dingen die werken:
Ten eerste: leer jullie eigen ‘rode knoppen’ kennen. Er is altijd een moment waarop een gesprek omslaat in een gevecht; dat kan een woord zijn, de toon of bijvoorbeeld een gebaar. Die drempel is voor iedereen anders. Als je weet wat die voor jou is, kun je eerder zeggen: “Wacht, ik merk dat ik nu in de buurt van mijn rode knop kom, ik wil dit gesprek graag met je voeren, maar niet nu. Kunnen we een uur pauzeren?” Dat is geen ontwijken. Dat is én zelfkennis én niet weglopen voor de situatie.
Ten tweede: maak een afspraak over hoe jullie ruziën en niet over wat. Dat klinkt misschien vreemd voor iets zo emotioneel als een ruzie, maar het werkt.
Afspraken die je kunt maken zijn bijvoorbeeld: geen beschuldigingen in de tweede persoon (“jij altijd”). Wél uitspraken in de eerste persoon (“ik voel me…”). Geen historische archieven opentrekken (“en dat van vorig jaar dan?”). En altijd maar één onderwerp per keer.
En tot slot: de dagen stilte na een ruzie kosten jullie meer energie dan de ruzie zelf. Een simpele “het spijt me dat ik zo ver ging” kan meer doen dan een uur uitpraten.
Jullie relatie is niet kapot. Jullie zijn vastgelopen in een patroon en dat is oplosbaar.
Marina & Gideon













