Lieve Marina en Gideon,
Ik schaam me een beetje dat ik jullie hierover schrijf.
Maar ik weet niet waar we beginnen met uitzoeken wat er onder onze ruzies zit.
Mijn vriend en ik hebben al twaalf jaar een relatie.
We hebben twee kinderen en zijn, al zeg ik het zelf, over het algemeen best goed in het draaiend houden van ons gezin.
Maar zodra er iets praktisch besproken moet worden, lijkt het alsof er een bom ontploft.
Een voorbeeld van vorige week:
Tijdens het ontbijt op zaterdagmorgen vroeg ik mijn vriend om alvast brood bij de bakker mee te nemen omdat hij daar toch langs komt als hij met onze jongste naar voetbal fietst.
Zijn reactiet: “Waarom moet ik dat altijd doen? Je had het ook gister kunnen zeggen.”
En binnen twee minuten stonden we als twee kemphanen tegenover elkaar.
Ik hóórde mezelf op een gegeven moment tegen hem zeggen “dat hij “altijd zo defensief is”.
Hij verweet mij daarna boos “dat ik altijd loop te zenden”.
Onze twee kinderen van 7 en 9 jaar stonden er met grote ogen naar te kijken.
Achteraf zit ik vol schuldgevoel. Naar mijn partner maar vooral naar de kinderen.
Volgens mij gaan dit soort ruzies nooit écht over ‘brood meenemen’ of iets anders praktisch dat toch moet gebeuren..
Maar ik weet niet hoe we terugkomen bij wat er wel onder zit.
We houden nog steeds van elkaar.
Maar die kleine momenten vreten energie.
En eerlijk gezegd vreten deze ruzies ook aan mijn gevoel van vertrouwen.
Is dit herkenbaar bij andere stellen?
En wat kunnen we doen om uit deze vicieuze cirkel te stappen?
Liefs,
Annemiek

Lieve Annemiek,
Wij krijgen jullie brief binnen en zien het tafereel meteen voor ons.
Omdat bijna iedereen die ooit aan onze keukentafel heeft gezeten precies dit soort scènes vertellen.
Je bent dus niet raar. Je bent niet de enige.
Wat je beschrijft, is natuurlijk geen conflict over ‘wie het brood bij de bakker gaat halen’.
Het is een miniatuurversie van een veel groter gesprek dat jullie op dat soort momenten met elkaar voeren.
Alleen niet met woorden.
Meer met zenuwstelsel-accenten.
Want, jouw partner hoort geen vraag over brood.
Hij hoort: “Doe jij het weer niet goed?”
Niet omdat jij dat zegt.
Maar omdat zijn binnenwereld dat zo vertaalt.
Jij hoort geen reactie op brood.
Jij hoort: “Jij bent lastig.”
Niet omdat hij dat bedoelt.
Maar omdat jouw binnenwereld het zo samenvat.
En dat patroon herhaalt zich.
Zoals twee rookmelders die tegelijk afgaan en elkaar blijven activeren.
Wat helpt?
Hier komt iets ogenschijnlijk kleins.
Maar het werkt bijna altijd.
Omdat het je zenuwstelsel meeneemt.
Vertaal de onderlaag hardop.
Jij zegt bijvoorbeeld:
“Ik bedoel met de melk niet dat je iets verkeerd doet. Ik vraag iets kleins.”
Hij zegt bijvoorbeeld:
“Ik reageer niet boos omdat jij iets verkeerd doet. Ik word onzeker als ik het gevoel krijg dat ik iets mis.”
Deze zinnen zijn bouwsteentjes.
Geen wondermiddel.
Maar wel richtingaanwijzers.
Spreek een stopteken af.
Een woord dat jullie gebruiken als jullie merken dat jullie weer over melk praten terwijl het eigenlijk over iets anders gaat.
Bij ons in de praktijk werkt een woord dat nergens op slaat.
Zoals: “Wasabi.”
Het is speels genoeg om spanning te breken.
Maak praktische dingen voorspelbaar.
Niet omdat je partner het anders niet zou kunnen.
Maar omdat voorspelbaarheid rust geeft.
Bijvoorbeeld een digitaal boodschappenlijstje waar jullie allebei in schrijven.
Dan haalt de melk de emotie er al uit.
En bovenal: ga na elk incident even terug naar elkaar.
Niet met een preek.
Maar met iets kleins als:
“We deden weer ons brood-dingetje hè?”
En dan samen grinniken.
Want humor lijmt sneller dan welke cursus dan ook.
Je mail ademt liefde.
En frustratie.
Die twee kunnen moeiteloos naast elkaar bestaan.
Je bent niet bezig met uit elkaar groeien.
Je bent bezig met begrijpen waar jullie elkaar kwijtraken.
Dat klinkt voor ons als twee mensen die elkaar nog steeds willen blijven vinden.
🧡 Marina & Gideon













