Selecteer een pagina


Zondag 15 mei is het de internationale dag van het gezin.
Alwéér zo’n ‘dag van …’

Jarenlang is het gezin ‘de hoeksteen van de samenleving geweest’. En dan vooral uit de gedachte dat een gezin standaard bestaat uit een vader, een moeder en kinderen. Naar gelang de acceptatie van voorbehoedsmiddelen is dan dat laatste onderdeel van het gezin, die kinderen, in aantal flink geminderd. Het gezin heeft als instituut ook een ontwikkeling doorgemaakt; eigenlijk kun je niet meer standaard uitgaan van het plaatje ‘mannetje-vrouwtje-kindje.

Kinderen groeien tegenwoordig op met ouders van het zelfde geslacht, met alleenstaande ouders, in samengestelde gezinnen of in pleeggezinnen. Allemaal variabelen die door de eeuwen al in meer of mindere mate aanwezig waren, maar tegenwoordig openlijk én (redelijk) geaccepteerd.

Gezin ben je niet zomaar. ‘Gezin-zijn’ is eigenlijk een werkwoord; je moet de relatie die je met elkaar hebt aandacht geven, interesse in elkaar hebben. En dat kost tijd. Bákken met tijd. We leven in een tijdsgewricht waarin veel te koop is. Als ouders zetten we alles op alles om onze kinderen te gven wat ze nodig hebben en het liefst geven we ze nóg meer.

Het opgroeien in een gezin waar ‘gezin-zijn’ een werkwoord is, dat onbetaalbaar en misschien niet de hoeksteen van de samenleving, maar wel de noodzakelijke basis van volwassen worden!

Een groot onderzoek in Nieuw Zeeland heeft ouders met de neus op de feiten gedrukt: kinderen hebben hierin aangegeven dat ze meer dan ooit behoefte hebben aan aandacht en intersse van hun ouders. Dat ze gráág samen met hen dingen ondernemen en beleven.
Het idee dat kinderen, als ze de puberteit bereikt hebben, de voorkeur geven aan een eigen leven wordt met dit onderzoek even op scherp gezet.

Natuurlijk willen kinderen, naarmate ze ouder worden, meer privacy en meer op eigen benen staan. Dat is een logische en gezonde ontwikkeling. Maar diezelfde kinderen willen ook ontdekken en groeien in de wetenschap dat ze dit doen vanuit een veilige basis waarin ze gewaardeerd worden en bevestigd in het gevoel ‘dat ze er mogen zijn’. Zelfbeeld heet niet voor niets ‘zelfbeeld’; het is een weergave wat een ander van je geeft, het beeld wat je krijgt.

Aan ons ouders de oproep om van ‘gezin-zijn’ een werkwoord te maken, om op onderzoek te gaan naar wat je als gezin werkelijk bindt. Om die veilige basis te voeden. En misschien zijn het dan niet alleen kinderen die hier voordeel van hebben; misschien is dat gezin, voor iedereen op een andere manier samengesteld, ook wel dé veilige plek voor volwassenen!

En ja, ‘weer zo’n dag van …’. Gelukkig kun je er de rest van het jaar volop mee aan het werk!