Lieve Marina en Gideon,
Mijn man en ik zijn allebei best zelfverzekerde ouders…
totdat we met elkaar en onze meningen over opvoeden te maken krijgen.
We liepen er altijd wel een beetje tegenaan, maar sinds onze dochter naar de brugklas gaat, lijkt het alsof onze verschillen alleen maar groter worden.
Ik ben meer van het meebewegen, luisteren, kijken waar haar behoeften liggen.
Hij is van duidelijke kaders, grenzen, “dit spreken we af, dus zo doen we het”.
Een voorbeeld van vorige week:
Onze dochter kwam thuis met een onvoldoende.
Ik zag direct dat ze zich schaamde.
Ze liep wat gebogen, wilde meteen naar haar kamer.
Ik zei: “Laat haar even landen.”
Mijn partner zei: “Nee, we pakken dit nu aan. Anders denkt ze dat met een onvoldoende weg kan komen.”
Ik voelde hoe mijn hele systeem dichtklapte.
Het ging niet meer om onze dochter.
Het ging om ons.
Ik zei dat hij te streng was.
Hij zei dat ik te “soft” was.
Daarna zei ik dat hij over me heen walste.
Hij zei dat hij dingen altijd alleen moet trekken.
En daar stonden we weer.
Twee ouders.
Twee stijlen.
Twee ego’s.
Eén dochter die ondertussen met de deur dicht boven zat.
Ik verlang naar een teamgevoel dat we ooit hadden.
Maar ik weet niet waar we dat kwijt zijn geraakt.
Kunnen we onze verschillen ooit weer als kracht zien?
Met warme groet,
Lotte

Lieve Lotte,
Wat een herkenbare dynamiek.
We zien (en horen) dit bij heel veel ouders die aan onze keukentafel zitten en zeggen:
“We willen hetzelfde voor ons kind, maar we klinken alsof we in andere universums leven.”
Laat ons beginnen met dit:
Jullie hebben geen opvoedconflict.
Jullie hebben een waardenconflict dat vermomd is als opvoeding.
Jij vecht voor veiligheid.
Hij vecht voor stevigheid.
Beide waarden zijn prachtig.
Beide zijn nodig.
En jullie dochter kan met beiden waarden haar voordeel doen.
Maar als stress binnenkomt, wordt een waarde een wapen.
Vertaal jullie stijlen naar waar het jullie écht om gaat:
Jij kunt tegen hem zeggen:
“Als ik ruimte geef, probeer ik haar veerkracht te laten groeien.”
Hij kan tegen jou zeggen:
“Als ik grenzen geef, probeer ik haar vertrouwen te geven dat ze het kan.”
Dit verandert meteen de toon.
Voordat jullie reageren op een situatie, doen jullie dit:
– Eén ademhaling.
– Eén zin van “wij”.
Bijvoorbeeld:
“Wij willen dat ze groeit.”
Het is klein en haalt de angel uit jullie verschillende kijk op haar opvoeding, die op de loer ligt.
Maar het verandert het gesprek van “ik tegen jou” naar “wij voor haar”.
Sluit elk gesprek af met één zin van erkenning voor elkaars intentie
Zoals:
“Ik zie dat jij haar sterker wilt maken.”
“Ik zie dat jij haar wilt beschermen.”
Geen verwijten, geen complimenten
Dit is verbinding.
Lotte, wij lezen in elke regel dat jullie elkaar niet kwijt zijn.
Jullie zijn alleen even afgesteld op andere frequenties.
En jullie mogen dat opnieuw afstemmen.
Dit is oplosbaar.
En de eerste beweging heb je al gemaakt: je schrijft ons.
Vanaf onze keukentafel,
🧡 Marina & Gideon













