Lieve Marina & Gideon,
Ik weet niet of jullie dit vaak horen, maar ik schaam me hier nogal voor.
Mijn partner en ik zijn het type stel dat door vrienden wordt gezien als “gezellig, warm, stabiel”.
En zo voelen we ons ook vaak buitenshuis.
Maar zodra we thuiskomen…
Het is alsof iemand het filter eraf haalt.
Hij: kortaf, snel geïrriteerd, weinig geduld.
Ik: prikkelbaar, fel, snel geraakt.
Het voelt alsof we onze laatste restjes energie op elkaar afreageren.
Een voorbeeld van afgelopen week:
We kwamen thuis van een borrel waar we allebei vrolijk waren.
Thuis begonnen we over de planning van het weekend.
Ik vroeg: “Kun jij zaterdag Emma naar hockey brengen?”
Hij: “Jezus, kan dit niet morgen? Ik heb net m’n jas uit.”
Binnen een minuut stonden we te snauwen alsof we elkaars ergste vijand zijn.
Verderop in de straat kan iedereen waarschijnlijk meegenieten.
Daarna komt bij mij het schuldgevoel.
Of die stilte die net niet vijandig is, maar wel een slechte sfeer in huis geeft.
Dan lopen we om elkaar heen.
Ik verlang naar de versie die we buitenshuis zijn.
Hoe komt het dat we thuis zo scherp worden?
En hoe veranderen we dit zonder toneel te spelen?
Liefs,
Romy

Lieve Romy,
Wat jij beschrijft, horen we vaker dan jij denkt.
Mensen denken altijd dat het andersom is — dat stellen thuis de beste versie van zichzelf zijn en buitenshuis hun façade.
Maar vaak is het precies andersom.
Waarom?
Omdat thuis de plek is waar je zenuwstelsel eindelijk uitademt.
En dan komt alles wat je die dag hebt weggestopt omhoog.
Jij en je partner ontladen op de plek waar jullie je veilig voelen.
Niet omdat jullie elkaar onaardig vinden.
Maar omdat jullie lichaam eindelijk denkt:
“Hier mag ik loslaten.”
Natuurlijk voelt dat niet prettig.
Maar het zegt niets over jullie liefde.
Laat thuis niet de plek worden waar de stress ongefilterd naar elkaar vliegt.
Er is een klein trucje dat wonderen doet.
We noemen het aan onze keukentafel altijd:
“De twee-minuten switch.”
Zodra jullie thuiskomen, doe je één simpel ritueel:
– Jassen uit.
– Even stilstaan.
– En één vraag:
“Hoe zit je erbij?”
Niet lang.
Niet diep.
Niet therapeutisch.
Gewoon twee zinnen.
Bijvoorbeeld:
“Ik zit vol ruis.”
Of:
“Mijn hoofd is druk.”
Of:
“Ik ben leeg.”
Het helpt het zenuwstelsel om van buitenwereld naar binnenwereld te schakelen.
Plan praktische gesprekken niet spontaan.
Niet in de hal.
Niet naast de wasmand.
Niet met één schoen nog aan.
Zet ze ’s avonds in een kort blokje van tien minuten.
Heel voorspelbaar.
Heel helder.
Heel saai.
Maar saai zorgt in dit geval voor rust én connectie met elkaar.
Zeg elke dag één oprechte zin.
Eentje die je normaal alleen denkt.
Zoals:
“Ik vond het leuk om je net te zien praten op die borrel.”
Of:
“Ik ben blij dat jij mijn thuis bent.”
Liefde hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn.
Je schaamte laat zien dat je geeft om deze relatie.
En je voorbeelden laten zien dat jullie nog steeds plezier hebben samen.
Jullie thuis hoeft geen afvoerputje te worden.
Met kleine rituelen kan het weer de plek worden waar jullie zachtheid openen.
Vanaf onze keukentafel,
🧡 Marina & Gideon













