En toch gaat het altijd over de afwasmachine.
Of de was.
Of de hond.
Of de kinderen…
Wij zitten al jaren aan onze keukentafel met koppels die met elkaar in de clinch liggen over de meest uiteenlopende zaken. Het buitenzetten van de vuilniszakken. De was. Het geld. Wie er méér werkt. Wie de kinderen vaker oppakt. Wie er ‘altijd’ iets vergeet, want dat woordje ‘altijd’ doet het altijd goed in een ruzie.
Maar dit is wat we keer op keer weer zien: koppels ruziën zelden over wat ze zeggen tijdens zo’n ruzie…
Die afwasmachine, de was, het buitenzetten van de vuilniszak… het is allemaal een rookgordijn. En een behoorlijk effectief rookgordijn ook, want je kunt je er allebei heerlijk lang achter verschuilen.
Harder praten gaat jullie niet helpen
Wanneer iemand het gevoel heeft dat zijn of haar woorden niet binnenkomen, doet het brein iets heel logisch: het herhaalt. En als herhalen niet werkt? Dan herhaalt het nog een keer. En ook nét iets harder. Luider. Met meer nadruk.
Niet omdat je partner moeilijk doet. Maar omdat jouw lichaam simpelweg gaat zoeken naar een manier om gehoord te worden. Misschien zelfs wanhopig probeer om verbinding met je partner te maken.
Alleen voelt deze ‘luide boodschap’ voor de ontvanger niet zo schattig. Het voelt als een aanval. En wat is de logische reactie op een aanval? Een tegenaanval. Met harde woorden of door te kiezen voor stilte. En zo zitten jullie ineens in een dans die jullie beiden niet hebben uitgekozen, maar waar toch altijd mee begonnen wordt zodra ‘de muziek’ aanslaat.
Het simpelste wat je kunt doen
Er is een handigheidje die zo eenvoudig klinkt dat mensen er een beetje sceptisch van worden. We begrijpen dat. Wij waren ooit ook sceptisch. Maar we hebben het te vaak zien werken om er nog omheen te kunnen (of willen) draaien.
Samenvatten wat je hoort. Dát werkt. Niet oplossen. Niet verdedigen. Niet uitleggen dat jíj het eigenlijk anders bedoelde. Gewoon: terugzeggen wat je denkt dat de ander probeert te zeggen.
“Dus, als ik je goed begrijp, voelt je je eigenlijk alleen staan met de kinderen?”
Eén zin. En de schouders zakken.
Wat er dan gebeurt, is bijna gênant voorspelbaar. De stem zakt. De schouders zakken. Soms komen er tranen. Niet van boosheid dit keer, maar van opluchting. Want eindelijk. Eindelijk is er iemand die het begrijpt. Of het op zijn minst probeert te begrijpen.
En dan, pas dán, kan jullie gesprek ergens naartoe.
Maar het voelt zo onnatuurlijk…
Ja. Absoluut. Wanneer je onder vuur ligt, is je eerste instinct niet: laat me eens rustig samenvatten wat jij net tegen me schreeuwde. Je eerste reactie is overleven. Jezelf verdedigen. Of vluchten naar de wc met het excuus dat je even moet plassen.
Het goede nieuws: je hoeft het niet te voelen om het te doen. Je kunt de zin uitspreken terwijl je er eigenlijk totaal geen zin in hebt. De werking is hetzelfde.
Dus oefen het zoals je een instrument oefent. Onhandig in het begin. Misschien een beetje houterig. Maar met elke keer dat je het doet, wordt het iets natuurlijker. En de gesprekken iets zachter.
Probeer het vanavond eens
“Wat ik je hoor zeggen is…”
Niet uitleggen. Niet verdedigen. Alleen luisteren en samenvatten. Meer hoeft het niet te zijn.
Want uiteindelijk wil niemand gelijk hebben als dat ten koste van jullie verbinding gaat. Dat denken we alleen even, op het moment dat de afwasmachine ons daartoe uitnodigt.









